21 april 2026

Ingrediënten

Ingrediënt Hoeveelheid Eenheid
Gedroogde gist 8 gr.
Tarwebloem 400 gr.
Zout mespunt
Kristalsuiker 40 gr.
Eieren 5
Melk 40 ml
Ongezouten boter zacht geroerd 190 gr.

Bereiding

Los de gistkorrels op in lauwe melk en laat een kwartiertje weken. Stort de bloem op het werkvlak. Maak in het midden een kuiltje. Giet de opgeloste gist in het kuiltje. Strooi suiker en zout aan de buitenkant. Klop de eieren los en giet ze in het kuiltje. Werk dan van buiten naar binnen en kneed een soepel/elastisch deeg. Werk vervolgens de boter erdoor. Voeg eventueel nog wat bloem toe om er een mooi deeg van te maken (dat net niet meer al te plakkerig aanvoelt). Wikkel het deeg in plasticfolie en laat ruim een half uur rusten en rijzen bij een temperatuur van tussen de 25 en 30 graden. Sla het deeg daarna door en vouw dubbel. Leg het deeg daarna in een beboterde en met bloem bepoederde bakvorm (lange cakevorm waaruit je later zeker 16 plakken kunt snijden) en dek opnieuw af met plasticfolie. Laat het dan nogmaals ruim een half uur rijzen bij opnieuw 25 à 30 graden. Als het goed is, is het deeg dan in volume verdubbeld. Verwarm in die tijd de oven voor tot 170 à 180 graden. Bak de brioche in ongeveer 40 minuten gaar. De brioche is gaar wanneer je een satéprikker of iets dergelijks er droog uit kunt halen. Als de brioche is afgekoeld, snijd in niet al te dikke plakken. Steek daarna uit elke plak een rondje van bescheiden formaat (circa 5-6 cm doorsnee). Mocht de brioche mislukken, of je hebt niet voldoende tijd, dan ligt er in de diepvries een kant en klare brioche. Snijd deze in 16 plakjes en steek rondjes van 5-6cm.