21 april 2026

Ingrediënten

Ingrediënt Hoeveelheid Eenheid
Koude boter 130 g
Water 330 ml
Bloem 150 g
Zout snufje
Eieren, geklutst 4

Bereiding

Snijd de koude boter in kleine blokjes en kluts de eieren. Neem een niet te kleine steelpan en doe daar het water en de blokjes boter in. Zet het op een matig vuurtje en laat de boter langzaam smelten. Zeef ondertussen de bloem met het snufje zout 3 keer. Zo geef je de bloem lucht en weet je zeker dat er geen klontjes meer in zitten. Als de boter is gesmolten, zet je het vuur hoger. Laat het water goed aan de kook komen (grote bellen). Haal de pan van het vuur en doe het meel erbij. Roer net zo lang met een houten lepel tot er een stevige, gladde pasta ontstaat. Blijf roeren tot het deeg loskomt van de pan en een bal vormt. Roer niet te lang, anders krijgen de gebakken soesjes straks barsten. Neem een plat bord. Doe het deeg hierop en strijk uit tot een dunne plak. Laat ongeveer 10 minuten afkoelen tot het lauwwarm aanvoelt. Doe het deeg weer terug in de pan, zet op het vuur en klop de geklutste eieren er lepel voor lepel door. Dus je doet er een lepel ei door, klopt tot het helemaal opgenomen is voordat je de volgende lepel toevoegt. Het mengsel is goed wanneer het net van je lepel afdruipt en glimt. Doe het deeg over in een spuitzak met een spuitmondje van ca. 1 cm. Verhit je de oven voor op 200 graden. Spuit bolletjes ter grootte van een kastanje op een bakplaat met bakpapier. Bak de soesjes boven in de oven tussen de 20 en 30 minuten. Let op: houd de ovendeur gesloten tijdens het bakken. Haal ze eruit, keer ze om en maak met een puntig mesje een klein gaatje in de onderkant. Leg de soesjes op hun kop op de bakplaat en bak nog 5 minuten. Zo kunnen ze ook van binnen drogen.