Ragout
✎ BewerkenOnderdelen van dit gerecht:
Ingrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Sjalotje | 1 | — |
| Bosje platte peterselie | 0.5 | — |
| Cantharellen | 150 | g |
| Boter | 30 | g |
| Bloem | 35 | g |
| Kokkelvocht (zie boven) | 2 | dl |
Bereiding
Snijd het sjalotje heel fijn. Hak de peterselie heel fijn. Snijd de zorgvuldig schoongemaakte cantharellen heel fijn. Smelt de boter op een laag vuur en fruit het sjalotje aan zonder te kleuren. Voeg de bloem toe en roer even goed door. Haal de pan van het vuur en roer met een garde 1/3 van het kokkelvocht door het deeg. Als alle klontjes zijn verdwenen, roer dan met een houten spatel de rest van het kokkelvocht erdoor. Zet de pan weer op een laag vuur en gaar dit gedurende enkele minuten door tot je een dikke ragout hebt. Voeg de peterselie en de fijngesneden (rauwe) cantharellen toe. Breng op smaak met zout en peper en laat afkoelen in de koelkast onder plasticfolie.