Garnituur
✎ BewerkenOnderdelen van dit gerecht:
- Vlees
- Ragout
- Saus
- Garnituur
- Presentatie
Ingrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Tuinboontjes (gepeld) | 350 | gr. |
| Room culinair | 1 | dl |
| Bonenkruid | 1 | el |
| Melk | 1 | dl |
| Aardappels (nicola) | 2000 | gr. |
| Geklaarde boter | — | — |
| Taartvormpjes | 10 | stuks |
Bereiding
Dop de tuinbonen. Hak het bonenkruid fijn. Blancheer de tuinbonen in water met bonenkruid en een scheut melk tot ze beetgaar zijn. Haal daarna de velletjes van de tuinbonen. Spoel ze koud en zet ze weg voor later. Kook de room in met wat bonenkruid. Zeef het en zet weg voor later. Was en schil (echt in deze volgorde!) de aardappels. Klaar de boter. Verwarm de oven voor op 180° C. Maak met behulp van een steker van 1,5-2 cm Ø rondjes. Snijd die in plakjes van 1 mm. Snijd de rest van de aardappelen in plakjes of reepjes van 2 mm. Vet de taartvormpjes goed in met de geklaarde boter. Bekleed de zijkant van de vormpjes dakpansgewijs met de aardappelrondjes. Vul de vormpjes verder op met de plakjes en de reepjes, dit is nodig voor de stabilisatie. Kruid elk laagje met zout en peper en kwast ze in met de geklaarde boter. Schik de overgebleven rondjes dakpansgewijs op het aardappeltaartje en kwast ze weer in met de geklaarde boter. Bak ze gedurende 12-15 minuten in een voorverwarmde oven van 180°C mooi bruin. Warm de tuinboontjes op in de room.