Kokkels
✎ BewerkenOnderdelen van dit gerecht:
Ingrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Kokkels | 1 | kg |
| Sjalotten | 2 | st |
| Laurier | 1 | blaadje |
| Witte wijn | 200 | ml |
Bereiding
Zorg dat de kokkels zandvrij zijn. Doe daarvoor een pan vol met koud water en voeg er flink wat fijn zout aan toe. Laat de kokkels een kwartier liggen. Spoel af en herhaal dit met vers water. Laat ze nu nog minstens een half uur liggen. Snipper de sjalotten en snijd de laurier fijn. Zet de sjalot aan in wat olie en voeg laurier en witte wijn toe. Breng aan de kook en voeg de gespoelde kokkels toe. Kook op hoog vuur tot de kokkels net open zijn en haal direct uit de pan. Zeef het kookvocht. Haal de kokkels uit de schelpen en bewaar in het gezeefde kookvocht. Houd warm. Bewaar een aantal schelpen ter decoratie van het gerecht.