21 april 2026

Onderdelen van dit gerecht:

Ingrediënten

Ingrediënt Hoeveelheid Eenheid
Konijnenbouten 2
Wups, grof 500 g
Teentjes knoflook 2
Groninger mosterd 1 el
Laurier 1 blaadje
Foelie 1 stukje
Peperkorrels 10
Kruidnagel 1
Trappistenbier 1 flesje
Wildbouillon (potje) 2 dL
Rode wijn 1 dL
Balsamicoazijn 1 el
Agar-agar 2 g
Gelatine 4 blaadjes
Gedroogde pruimen 100 g

Bereiding

Braad de konijnenbouten in een pan rondom aan in wat olie en roomboter. Zweet de wups met de geplette teentjes knoflook aan in de snelkookpan. Voeg de mosterd, laurier, foelie, de geplette peperkorrels en de kruidnagel toe en blus af met het bier en de wildbouillon. Voeg de konijnenbouten toe, sluit de snelkookpan en gaar het geheel op een rustig vuur (zodat de pan net stoom afgeeft) in 1 uur. Zet de snelkookpan in een bak koud water en laat afkoelen. Open de pan en haal de bouten uit het kookvocht. Pluk als de bouten zijn afgekoeld het vlees van de botten. Zeef het kookvocht door een fijne zeef. Kook de bouillon met de rode wijn en de balsamicoazijn op. De bedoeling is dat je ongeveer (ruim) 300 g vocht hebt. Voeg de agar-agar toe. Laat even koken. Week de gelatine in koud water, knijp uit en roer door de bouillon als deze iets is afgekoeld. Snijd de pruimen goed fijn en meng deze samen met de stukjes konijnenvlees door de bouillon. Doe over in een lage schaal en laat opstijven in de koeling. Haal de terrine uit de schaal. Snijd in repen van 10 x 2 cm.