Garnituur
✎ BewerkenOnderdelen van dit gerecht:
- St.-Jakobsmosselen
- Limoenvinaigrette
- Garnituur
- Presenteren
Ingrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Bevroren casinobrood | 10 | plakjes |
| Granny smiths | 2 | stuks |
| Olijfolie | 10 | el |
| Roomboter | 40 | g |
| Lamsoren of zeekraal | 250 | g |
| Fijn zeezout | — | — |
| Zwarte peper uit de molen | — | — |
Bereiding
7. Steek uit het nog bevroren brood een grote cirkel met een steker. Steek uit de cirkel met een kleinere steker nogmaals een cirkel. Je houdt een ring over. 8. Rooster het brood. 9. Snijd de geschilde appels langs het klokhuis in julienne. Meng er 10 el limoenvinaigrette door. 10. Breng 4 el olijfolie met de roomboter en 2 el warm water in een brede pan aan de kook tot het gaat bruisen, voeg dan de lamsoren of zeekraal toe en laat ze al roerende in twee minuten zacht worden. 11. Voeg geen zout toe, want zowel lamsoren als zeekraal hebben van zichzelf al een specifieke zilte smaak. 12. Verhit intussen een antiaanbakpan en wrijf deze licht in met olijfolie. 13. Kruid de St.-Jakobsmosselen aan beide kanten met iets zeezout en zwarte peper uit de molen: 'rooster' ze op hoog vuur om en om 1 minuut tot ze goudgeel zijn en een dun krokant laagje hebben. 14. Neem de pan van de warmtebron en laat de 'nootjes' aan elke kant nog 10 tot 20 seconden doorwarmen.