Risotto
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Risotto rijst | 400 | g |
| Kippenbouillon | 1,5 | l |
| Witte wijn | 5 | dl |
| Sjalot fijngesneden | 0,5 | — |
| Bleekselderij, fijngesneden | 1 | stengel |
| Kookvocht van de asperges | 0,5 | l |
| Eieren | 2 | — |
| Melk | 1 | dl |
| Panko | — | — |
| Geklaarde boter | 100 | gr. |
| Verse geitenkaas | 150 | gr. |
| Olijf olie | — | — |
| Boter | — | — |
| Peper en zout | — | — |
Bereiding
Verhit de kippenbouillon. Verwarm een scheutje olijfolie in een pan. Doe er de rijst bij en wentel alle korrels door de olie. Laat doorwarmen tot de rijst net te warm is om met de hand aan te raken. Voeg de aspergebrunoise toe, de sjalot en de bleekselderij. Bak dit heel even mee. Blus af met de witte wijn. Laat die volledig verdampen en blus dan met een eerste pollepel kippenbouillon. Doe er ook een pollepel van het kookvocht van de asperges bij. Laat telkens weer verdampen voor je nog een deel bouillon toevoegt. De rijst zal langzaam zijn zetmeel vrijgeven tot je een beetgaar, maar toch smeuïg geheel hebt. Na ongeveer 25 minuten is de rijst gaar. Paneer intussen de aspergepunt als volgt: klop de eieren los met een scheutje melk en olijfolie. Haal de aspergepunten eerst door het ei en vervolgens door het broodkruim. Verhit de geklaarde boter en bak de aspergepunten goudgeel. Werk de risotto af met de verse geitenkaas, een flinke klont boter, een scheutje olijfolie en peper naar smaak.