Focaccia
✎ BewerkenOnderdelen van dit gerecht:
- Focaccia
- Aardappel en paprika
- Sardientjes
Ingrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Bloem | 500 | gr. |
| Verse gist | 18 | gr. |
| Water | 260 | ml |
| Zout | 10 | gr. |
| Olijfolie | 15 | ml |
| Olijven (zwart) | 20 | gr. |
| Rozemarijn | 1 | tak |
| Tijm | 3 | tak |
| Knoflook | 1 | teen |
| Grof zeezout | — | — |
Bereiding
Zeef de bloem boven je werkbank. Maak een kuil in het midden. Brokkel de gist boven de bloem en voeg 2/3 van de olie, water en gewone zout toe. Kneed goed door tot een soepel deeg. Voeg iets meer water toe als het deeg te droog is of extra bloem als het te nat blijft. Maak een bal en laat het deeg 20 minuten rijzen in een voorverwarmde kast. Halveer de olijven en kneed deze door het gerezen deeg. Rol het deeg uit tot een grote rechthoekige foccacia-vorm en leg op een ingevette bakplaat. Laat nog nogmaals 20 minuten rijzen. Verwarm de oven voor op 220 gr C. Hak de rozemarijn en tijm grof. Snijd de knoflook fijn en meng met de kruiden. Meng het resterende water en olijfolie door elkaar en vet het gerezen deeg in. Druk met je vingers veel kuiltjes in het deeg en besprenkel met de kruiden. Werk af met wat grof zeezout. Bak de focacia mooi bruin in ongeveer 20-30 minuten.