St.-Jacobsmosselen met vanille op gekaramelliseerde witlof met een jus van wortel en gember
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| St.-jacobsmosselen in de schelp | 30 | — |
| Vanillebonen | 8 | — |
| Gemberwortel | 5 | cm |
| Wortelsap of sap van 3 winterwortels | 2,5 | dl |
| Stronkjes witlof | 5 | — |
| Ijskoude boter | 50 | g |
| Poedersuiker | — | — |
| Zout | — | — |
| Peper | — | — |
| Citroensap | iets | — |
Bereiding
Maak de mosselen schoon. Halveer de vanillebonen zowel in de lengte als in de breedte en steek de parten door de mosselen. Snijd de gemberwortel in plakjes. Zet het wortelsap op met de gemberwortel. Kook het sap in tot driekwart en laat het op een laag vuur nog 15 minuten trekken, zeef het dan. Maak ondertussen de witlof schoon, gebruik alleen de hele blaadjes die binnenin zitten. Verwarm een koekenpan en bak de witlof 20 seconden in een klein beetje boter. Bestrooi het lof met de poedersuiker, zout en peper. Blus het af met citroensap. Verwarm een koekenpan en bak hier de St.-Jacobsmosselen om en om 2 minuten in. Niet te heet laten worden, anders verbrand de vanille. Breng de mosselen op smaak met peper en zout. Serveer ze op het witlofblad. Monteer met een paar klontjes koude boter het wortelgembersap. Schep de wortelsaus bij het gerecht.