St.-Jacobsmosselen doorboord met vanille op gekarameliseerde witlof met een jus van wortel en gember
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| St jacobsmossel (in schelp) | 24 | st |
| Vanillestokjes (in 3 stukjes snijden) | 4 | st |
| Gemberwortel van 4cm | 1 | stuk |
| Wortelsap of sap van 4 winterwortels | 200 | ml |
| Witlof | 8 | stronkjes |
| Ijskoude boter | — | — |
| Poedersuiker | — | — |
| Zout, peper | — | — |
| Iets citroensap | — | — |
| Visfond | 125 | ml |
| Mayonaise (lenen bij de haringsoep) | 125 | ml |
Bereiding
Koop de St.-Jacobsmosselen in de schelp en maak ze schoon. (voegt niets toe) Snijd de vanillestukjes in de lengte door en steek ze door de mosselen. Snijd de gemberwortel in plakjes. Zet het wortelsap op met de gemberwortel. Kook het sap in tot de helft en laat het op een laag vuur nog 15 min. trekken zeef het dan. Maak de witlof schoon, gebruik alleen de hele blaadjes die binnen in zitten. Verwarm een koekenpan en bak de witlof in 10 sec in klein beetje boter. Bestrooi met iets Poedersuiker, zout en peper. Blus af met het Citroensap. Verwarm een koekenpan, neem wat olijfolie en boter en bak hierin de st. Jacobsmossel om en om 2 min. Niet te heet laten worden anders verbrand de vanille. Breng op smaak met zout en peper. Klop de mayonaise en de mayonaise en de visfond tot een gladde saus. Klop een paar klontjes koude boter door het wortelgember sap. Leg een paar blaadjes witlof op het bord. Leg daarop de Jacobsmosselen. Giet er een beetje wortelsaus en mayonaise naast.