Gegrilde coquilles met bloedworst en beurre-blanc-saus
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Coquilles | 60 | — |
| Bloedworst zonder spek | 80 | plakjes |
| Bloem | 8 | el |
| Wilde spinazie | 1500 | gr. |
| Zoete witte wijn | 5 | dl |
| Witte wijnazijn | 5 | dl |
| Sjalotjes | 200 | gr. |
| Room | 5 | dl |
| Ijskoude boter | 1000 | gr. |
| Vers gemalen witte peper | — | — |
Bereiding
Coquilles: Laat de coquilles goed uitlekken en dep ze droog. Snij de coquilles door. Bak de coquilles in ± 3 minuten mooi bruin in een licht ingevette grillpan, houd ze warm, zout en peper ze licht. Vlees: Snijd de bloedworst in dunne plakjes van een 0,5 cm. Steek rondjes uit gelijk de coquilles. Bestuif de plakken bloedworst aan weerskanten licht met bloem en bak ze bruin en krokant in wat roomboter met olie en houd ze warm. Groente: Maak de wilde spinazie schoon en haal de steeltjes eraf. Wok of kook de spinazie snel om en om gaar. Breng die op smaak en laat hem uitlekken. Beurre-blanc-saus: Hak de sjalotjes fijn en fruit ze licht aan in beetje boter. Snijd de boter in kleine stukjes en zet die weer in de koeling. Laat in een sauspannetje de witte wijn en de wijnazijn samen met de fijn gehakte sjalotjes aan de kook komen en laat dit tot een derde reduceren. Zeef de saus. Zet de sauspan op een lage warmtebron, voeg de room erbij. Klop vlak voor het serveren met een garde één voor één de stukjes boter door de saus. Elk stukje boter moet in zijn geheel zijn opgenomen voor er een volgend stukje wordt toegevoegd. Breng de saus op smaak. Presentatie: Snijd de coquilles één keer door; gebruik 3 plakjes p.p. Leg op een warm rechthoekig bord wat spinazie. Leg daarop dakpansgewijs de plakjes coquille en 2 plakjes bloedworst. Nappeer wat beurre-blanc-saus over de coquilles; niet over de bloedworst.