Lepelhapje met appel, zuurkool en wild zwijn
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Appel goudreinet | 0.5 | stuk |
| Zuurkool | 50 | gr. |
| Bier | 0.5 | flesje |
| Wild zwijn rookworst (poelier) | 100 | gr. |
| Bosvruchtenconfiture | 2 | el |
Bereiding
Verwarm de rookworst in kokend water (ca. 15 minuten). Kook de zuurkool ca. 7 minuten in het halve flesje bier. Giet de zuurkool af in een vergiet en laat deze afkoelen. Schil ondertussen de appel, verwijder het klokhuis en snijd hem in dunne partjes. Leg 12 amuselepels klaar. Haal de rookworst uit het water en snijd hem in 12 plakjes van ongeveer 1 cm dik. Leg op elke lepel een partje appel. Leg daarbovenop een pluk zuurkool en een schijfje rookworst. Maak de hapjes af door er een halve theelepel confiture op te leggen. Variatietip: Gebruik eventueel runderrookworst i.p.v. wild zwijn rookworst. Serveren: Serveer de hapjes lauw of koud.