Coquilles op linzenrisotto, saus van sla en spekjes
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Sintjakobsschelpdieren | 15 | stuks |
| Linzen (le puy) | 250 | g |
| Bleekselderij | 1½ | stengel |
| Worteltjes | 2 | stuks |
| Sjalotjes | 2 | stuks |
| Bouillon | ¾ | l |
| Boter | 65 | g |
| Botersla | 2½ | krop |
| Gerookt spek, in blokjes | 250 | g |
| Room | 2½ | dl |
| Kippenbouillon | 2½ | dl |
| Gerookt spek | 30 | plakjes |
Bereiding
Snij de blekselderij, het worteltjes en het sjalotjes in kleine blokjes. Zet deze groentenconcassé aan in de boter. Voeg de linzen toe en laat even meebakken. Blus af met een beetje bouillon. Verwarm totdat bijna alle vocht verdampt is en voeg dan weer wat bouillon toe. Ga zo door tot de linzen gaar zijn, maar nog wel wat beet hebben. Bak de spekjes uit. Snij de sla in reepjes en voeg toe. Blus af met kippenbouillon en laat 10 minuten sudderen. Pureer in de blender en zeef. Voeg de room toe en kook in tot de gewenste dikte en breng over in een doseerfles. Verwarm de oven vóór op 150°. Bak de plakjes spek tussen twee siliconenmatjes, onder druk, in 15 minuten krokant. Bak de coquilles kort om-en-om aan en snij in tweeën. Maak langwerpige of vierkante borden als volgt op. Maak met behulp van een uitsteekring (6 cm Ø) drie rondjes linzen op een rij. Spuit er twee strepen saus langs. Leg op elk rondje linzen een halve coquille. Garneer met het krokante spek.