21 april 2026

Gegrilde coquille St. Jacques en gebakken bloedworst op wilde spinazie en beurre-blanc-saus

✎ Bewerken

Ingrediënten

Ingrediënt Hoeveelheid Eenheid
Coquilles 6 stuks
Bloedworst 8 plakjes
Bloem 1 eetlepel
Zoete witte wijn 0,5 dl
Witte wijnazijn 0,5 dl
Sjalotjes 20 gram
Room 0,5 dl
Ijskoude boter 60 gram
Vers gemalen witte peper
Wilde spinazie 160 gram

Bereiding

Coquilles: Laat de coquilles goed uitlekken en dep ze droog. Vlees: Snijd de bloedworst in plakjes van een 0,5 cm. Groente: Maak de wilde spinazie schoon en haal de steeltjes eraf. Beurre-blanc-saus: Hak de sjalotjes fijn. Fruit ze licht aan in beetje boter. Snijd de boter in kleine stukjes en zet die weer in de koeling. Bereidingswijze: Coquilles en Vlees: Bak de coquilles in ± 3 minuten mooi bruin op de licht ingevette grillplaat, houd ze warm, zout en peper ze licht. Bestuif de plakken bloedworst aan weerskanten licht met bloem en bak ze bruin en krokant in wat roomboter met olie en houd ze warm. Beurre-blanc-saus: Laat in een sauspannetje de witte wijn en de wijnazijn samen met de fijn gehakte en gefruite sjalotjes aan de kook komen en laat dit tot een derde reduceren. Zeef de saus. Zet de sauspan op een lage warmtebron, voeg de room erbij. Klop vlak voor het serveren met een garde één voor één de stukjes boter door de saus. Elk stukje boter moet in zijn geheel zijn opgenomen voor er een volgend stukje wordt toegevoegd. Breng de saus op smaak. Groente: Wok of kook de spinazie snel om en om gaar. Breng die op smaak en laat hem uitlekken. Serveren: Snijd de coquilles één keer door; gebruik 3 plakjes p.p. Leg op een warm rechthoekig bord wat spinazie. Leg daarop dakpansgewijs de plakjes coquille en de plakjes bloedworst. Nappeer wat beurre-blanc-saus over de coquilles; niet over de bloedworst.