Coquilles Saint Jacques met sjalotjes en gekarameliseerde mandarijnen
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Sjalotjes (schoon) | 200 | gram |
| Boter | — | — |
| Zout en peper | — | — |
| Coquilles saint jacques | 8 | stuks |
| Olie (invetten bakplaat) | — | — |
| Zeezout en peper | — | — |
| Mandarijnen | 1.5 | stuks |
| Mandarijnensap (vers) | 0.8 | dl |
| Cognac | — | — |
| Suiker | — | — |
| Peper | — | — |
| Bieslook | — | — |
Bereiding
Voorbereiding Sjalotjes: Maak de sjalotjes schoon en snijd ze in ringetjes. Bak ze op een laag vuur in de boter, ze mogen niet bruin worden. Breng ze op smaak met zout, peper en suiker. Mandarijnen: Ontvlies de mandarijnen en snijd er mooie partjes uit (net als bij sinaasappels). Vang het sap op. Pers zoveel mandarijnen uit tot je de benodigde hoeveelheid verkregen hebt. Laat het mandarijnensap samen met de cognac en de suiker inkoken totdat je een siroop verkregen hebt. Garnering: Hak de bieslook fijn. Bereidingswijze: Coquilles Saint Jacques: Verwarm de grilplaat voor. Bekleed de grilplaat met bakpapier. Dep de coquilles Saint Jacques droog en bak ze op de bakplaat bruin. Bestrooi ze met zeezout en wat peper. Mandarijnen en saus: Smelt de boter. Smeer een bakplaat licht in met olie. Leg de partjes mandarijn erop. Druppel de gesmolten boter eroverheen en bestrooi ze met peper. Laat de mandarijnen kort onder de salamander karameliseren. Serveren: Leg wat sjalotten op het bord. Leg 2 coquilles Saint Jacques op elk bord en leg de partjes mandarijn op de coquilles. Nappeer 1 theelepel per coquilles mandarijnensiroop over het geheel. Garneer met bieslook.