Boekweitflensjes met peer en roquefort
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Boekweitmeel | 100 | gr. |
| Zout | — | snuf |
| Ei (1.5 st) | 100 | gr. |
| Water | 2.5 | dl |
| Boter | 25 | gr. |
| Handperen (bijvoorbeeld confërence of doyenné du comice) | 5 | st |
| Witte peper | — | — |
| Roquefort | 200 | gr. |
| Crème fraîche | 2 | el |
| Pijnboompitten | 3 | el |
Bereiding
Maak eerst het beslag. Klop de eieren, het water en de gesmolten boter en een snuf zout door elkaar. Zeef het meel, maak een kuiltje in het midden, doe daar het eimengsel in en klop de massa tot een glad, sausdik, beslag. Laat het beslag ca 30 min. rusten en bak dan 4 zéér dunne flensjes van ca Ø 24 cm. Snijd elk flensje in vieren. Snijd de peren in vieren, schil ze en verwijder de klokhuizen. Snijd de partjes in dunne plakjes. Bak de plakjes peer voorzichtig in wat boter aan weerszijde goudbruin. Bestrooi ze met een weinig witte peper en zet weg. Plaats de kaas enkele sec. in de magnetron zodat zij enigszins zacht wordt en werk er dan met een vork de crème fraîche door. Leg de flensjes op een beboterd bakblik of flexmatje en bedek iets meer dan de helft van het flensje met het kaasmengsel en verdeel daar plakjes peer over. Bak de pijnboompitten in een droge pan goudbruin. Presentatie: Verwarm de oven op 180º C voor. Warm de flensjes in ca 3 min in de oven op. Plaats de flensjes op kleine warme borden. Bestrooi de vulling van flensje met wat pijnboompitten en vouw de randen van het flensje zodanig om dat er nog iets van de inhoud zichtbaar blijft.