Tartaar van makreel met aardappel en mierikswortel
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Aardappelen (vastkokend) | 800 | gr. |
| Sjalot | 2 | — |
| Mierikswortel (vers) | 100 | gr. |
| Dille | 40 | gr. |
| Dragonazijn | 30 | ml |
| Olijfolie (mild) | 20 | ml |
| Zure room | 30 | gr. |
| Makreel (supervers) | 4 | — |
| Limoen (sap en zeste) | 1 | — |
| Postelein | 40 | gr. |
| Olijfolie | 25 | ml |
Bereiding
Schil de aardappelen en snijd ze in kleine blokje van 0,5 bij 0,5 cm. Kook de aardappelen beetgaar in gezouten water. Giet de aardappelblokjes af. Spoel onder koud stromend water en laat uitlekken. Pel de sjalotten en snipper ze fijn. Meng de sjalot met de aardappelblokjes. Schil de mierikwortel en rasp deze erbij. Hak de dille fijn en meng het kruid met de andere ingredienten. Besprenkel met een scheutje dragonazijn en olijfolie. Doe er zure room bij. Kruid naar smaak met peper van de molen en zout. Fileer de makrelen. Controleer op graatjes en verwijder deze met een pincet. Snijd de vis in kleine blokjes en meng de tartaar met een beetje olijfolie, zeste en limoensap. Breng op smaak met peper en grof zout. Roer alles door elkaar. Zet een hoge dresseerring op een bord. Schep er een laag aardappelsalade in en druk goed aan. Ga verder met een laag makreeltartaar en druk goed aan. Haal de dresseerring weg en werk af met enkele blaadjes postelein en een likje olijfolie.