Profiteroles de Noël (Kerstsoesjesberg)
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Bloem | 150 | gr. |
| Zout | ¼ | tl |
| Basterdsuiker | 50 | gr. |
| Koude boter | 100 | gr. |
| Ei | 1 | — |
| Water | 4 | dl |
| Patentbloem | 200 | gr. |
| Boter | 200 | gr. |
| Eieren | 8 | — |
| Vanillestokje | 1 | — |
| Melk | 1 | liter |
| Suiker | 200 | gr. |
| Eigeel (12 dooiers) | 240 | gr. |
| Maïzena | 80 | gr. |
| Slagroom | 400 | gr. |
| Marsepein | 300 | gr. |
| Druppels groene kleurstof | — | — |
| Poedersuiker | 2-3 | el |
| Witte couverture | 750 | gr. |
| Amarenakersen (of 100 gr kleine chocolade sterretjes) | 200 | gr. |
| Kindersterretjes of 1 taartvuur (taartafdeling) | 5 | — |
Bereiding
VOOR DE BODEM: Doe bloem, basterdsuiker en zout in een keukenmachine. Snijd de boter in stukjes en voeg ze toe. Klop het ei los en voeg de helft toe. Draai er snel een deeg van. Verpak in folie en laat ½ uur rusten in de koelkast. Maak nu de soesjes. Verwarm de oven voor op 175°C. Rol het deeg uit op een met bloem bestoven ondergrond tot een lap van 3 mm. dik en een cirkel met een diameter van 22 cm. Gebruik eventueel overtollig deeg voor koekjes. Leg het deeg op een bakplaat die met bakpapier of een matje is bekleed. Bestrijk het deeg met ei. Bak de bodem in ca. 20 minuten bruin. Laat even liggen op de plaat. Laat verder afkoelen op een rooster. SOESJES: Verwarm de oven voor op 200°C. Breng in een ruime steelpan het water met de boter en wat zout aan de kook. Draai het vuur laag en voeg in een keer alle bloem toe. Blijf roeren met een houten lepel tot het deeg als een bal van de pan loslaat. Neem de pan van het vuur en laat het deeg 1 minuut afkoelen. Roer er dan één voor één de eieren door. Blijf roeren tot de eieren geheel zijn opgenomen en een smeuïg deeg is ontstaan. Vul een spuitzak met een rond klein mondstuk. Bekleed bakplaten met bakpapier. Spuit 50-60 kleine bolletjes deeg op de bakplaten, op enige afstand van elkaar. Druk eventuele deegpuntjes plat. Bak de soesjes 10-15 minuten zonder tussentijds de deur te openen. De soesjes zijn gaar als ze makkelijk loslaten van de bakplaat en goudbruin zijn. Laat afkoelen. DE VULLING: Snijd het vanillestokje in de lengte open. Breng de melk met het vanillestokje aan de kook. Laat de melk op laag vuur 10 min. trekken. Verwijder het vanillestokje, schraap het zaad uit de peul en roer door de melk. Klop het eigeel met de suiker en de maïzena in een kom met een mixer in ca. 5 min. bleek en romig. Giet al roerende de melk in een dun straaltje bij het dooiermengsel. Giet het mengsel terug in de pan en breng al roerend op matig hoog vuur aan de kook. Laat het mengsel 1-2 min. pruttelen. Giet op een plaatje zodat het snel kan afkoelen. Dek af met plasticfolie tegen velvorming. Klop de slagroom stijf met de suiker en spatel die door de afgekoelde banketbakkersroom. Schep de koude crème suisse in een spuitzak met dun glad spuitmondje. Leg tot gebruik in de koelkast. Vul de koude soesjes met de crème. Spuit ook crème suisse op de deegbodem. MARSEPEINBLAADJES: Kneed wat kleurstof door de marsepein. Rol uit op een met poedersuiker bestoven ondergrond. Maak 15 groene blaadjes met een mesje of met hulp van een hulstblaadje. Smelt de chocolade: zet bv. aan het begin in de warmkast en roer goed door. Dompel de soesjes in de chocolade. Plak de soesjes als een rand op de deegplak. Werk met zijn tweeën van buiten naar binnen en stapel steeds kleinere cirkels soesjes op elkaar tot ze een mooie kegel vormen. Giet de resterende chocolade over de berg en leg hier en daar een Amarenakers (of chocoladesterretje) op de berg. Garneer rondom (of aan de voet) met de groene marsepeinblaadjes. SERVEREN: Zet de taart op tafel. Steek de sterretjes erin en ontsteek ze.