Tussendoortje met rode bieten
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Appelsap | 250 | ml |
| Fijne tafelsuiker | 125 | gr. |
| Gekookte rode bieten | 600 | gr. |
| Peper | — | — |
| Zout | — | — |
| Citroensap | — | paar druppels |
| Slagroom | 250 | ml |
| Mierikswortel | — | — |
| Sjalotten | 2 | — |
| Muntblaadjes | 12 | — |
Bereiding
Kook het appelsap en de suiker in tot stroop. De bietjes heel fijn pureren en samenvoegen en nog even doorkoken. Vocht moet verdampt zijn. Het moet een vrij stevig geheel worden. Eventueel binden met allesbinder. Op smaak brengen met peper en zout en een paar druppels citroensap. Heel koud laten worden. Slagroom stijf kloppen en wat geraspte mierikswortel toevoegen. Proef de slagroom. De mierikswortel moet goed te proeven zijn, maar je hoeft er geen tranen van in je ogen te krijgen. Voeg desnoods mierikswortel toe. De sjalotten heel fijn snipperen. Serveren in borrel of ander leuk hoog slank glaasje. Onderin laagje rood, dan laagje wit daarop piepklein beetje sjalot. Dit is secuur werk. Rood en wit mogen niet door elkaar lopen. Garneren met blaadje munt.