Pasteitje van oostzeevis (Östkustmunsbit)
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Scholfilet | 400 | gr. |
| Atlantische zalmfilet | 120 | gr. |
| Schelvisfilet | 120 | gr. |
| Gepelde noordzeegarnalen | 100 | gr. |
| Mosselen | 12 | — |
| Champignons | 200 | gr. |
| Citroen (sap) | ½ | — |
| Witte wijnsaus | 2 | dl |
| Vel bladerdeeg | 1 | — |
| Ei | 1 | — |
| Boter | 40 | gr. |
| Dille (toefjes) | — | — |
| Peper en zout | — | — |
Bereiding
1. De champignons met een klont boter, het citroensap en een scheut water aan de kook brengen. Op smaak brengen met peper en zout, afdekken en zachtjes laten garen. Daarna laten afkoelen. 2. De zalm en schelvisfilets in dobbelsteentjes snijden, de scholfilet in kleine stukjes snijden. De verschillende vissoorten, de garnalen en de champignons onder elkaar mengen en op smaak brengen met peper en zout. 3. Vier ronde vormpjes instrijken met boter, het vismengsel over de vormpjes verdelen en goed aandrukken. De vormpjes in een grote pan met een bodem water plaatsen (au bain-marie) en laten garen op zacht vuur. 4. Uit het bladerdeeg vier rondjes snijden met dezelfde diameter als de vormpjes. Bestrijken met het ei, losgeklopt met een snufje zout en 15 minuten bakken in een voorverwarmde oven op 175°. 5. Ondertussen de mosselen gaarkoken (bewaar de schelpen) en de witte wijnsaus opwarmen op een klein vuur. 6. Het bladerdeeg overlangs doormidden snijden. De visporties uit de vormpjes halen, op de bodempjes bladerdeeg leggen en afdekken met de overgebleven hoedjes bladerdeeg. 7. Rondom het pasteitje de witte wijnsaus gieten en garneren met mosselen in de schelp en een toefje dille.