21 april 2026

Warme oesters met witloof

✎ Bewerken

Ingrediënten

Ingrediënt Hoeveelheid Eenheid
Oesters (creuzes) 20
Witloof 100 gr.
Boter 30 gr.
Oesterzwammen 50 gr.
Gerookt spek (in plakken) 50 gr.
Gewassen peterselie (zonder steeltjes) 10 gr.
Citroen 1
Gevogeltefond
Droge witte wijn 1,5 dl
Room 1 dl

Bereiding

1. Steek de oesters open en maak ze los. Zorg ervoor dat er geen stukjes schelp achterblijven en vang het sap op. 2. Giet het sap door een fijne puntzeef en doe de oesters erbij. 3. Maak het witloof schoon. Snij er de bittere voet uit. 4. Snij het loof in de lengte in grove julienne. 5. Doe met 1½ eetlepel water, 10-15 gram boter en een scheutje citroensap in een pan en kruid met peper en zout. Dek af en laat zachtjes gaar stoven. 6. Snij de zwammen in julienne en bak ze in 30 gram boter. Kruid lichtjes met peper en zout. Zet apart. 7. Bak het spek op hoog vuur tot knapperig. Laat goed uitlekken op keukenpapier. Maal tot poeder. 8. Doe 2 dl gevogeltefond met de witte wijn in een pan en breng aan de kook. 9. Laat tot ¼ inkoken. Doe de room erbij en laat tot een derde inkoken. 10. Monteer de saus daarna met circa 50 gram boter. 11. Hak de peterselie fijn. UITSERVEREN: Doe de oesters met een gedeelte hun vocht bij de saus (de saus moet vrij lopend zijn). Laat de oesters net opstijven en haal ze uit de saus. Verdeel ze over tien diepe borden en hou warm. Doe het witloof en de zwammen bij de saus en controleer de kruiding. Kruid eventueel bij met zout, peper en een scheut citroensap. Verdeel de saus over de oesters en werk af met spekpoeder (voorzichtig anders gaat het overheersen) en peterselie. Serveer goed warm.