Coquille met citroensaus
✎ BewerkenIngrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid | Eenheid |
|---|---|---|
| Kookroom | 125 | ml |
| Citroenen | 1 | — |
| Boter | 1 | klont |
| Eierdooier | 1 | — |
| Sneetjes brood | 2 | — |
| Coquilles | 8 | — |
| Takjes platte peterselie | 1 | — |
Bereiding
Citroensaus: Verwarm de slagroom met de rasp van de hele citroen en het sap van een halve citroen. Laat 5 minuten trekken. Klop de roomboter door de saus en laat de saus iets afkoelen. Voeg de eidooier toe en en verwarm al kloppend totdat de saus dikker wordt. Breng op smaak met peper en zout. Broodkruim: Droog het sneetje brood in de oven, circa 10 minuten op 160 graden. Snijd de korstjes eraf en vermaal het brood in de keukenmachine tot fijne kruimels. Bak de kruimels met een scheut olijfolie goudbruin en krokant in een koekenpan. Zet opzij. Leg coquilleschelpen warm of een kommetje. Coquille: Veeg de koekenpan schoon met keukenpapier en verhit opnieuw met een scheutje olijfolie. Dep de coquilles droog met keukenpapier en bestrooi met weinig peper en zout. Bak de coquilles in de hete koekenpan circa 1 minuut aan elke kant, of totdat ze goudbruin en nog nét niet helemaal gaar zijn vanbinnen. (Ze garen buiten de koekenpan nog iets door, waardoor ze op je bord perfect gaar zullen zijn.) Afwerking: Lepel op elke coquilleschelp (of een klein kommetje) wat citroensaus en leg hier een coquille op. Garneer met wat broodkruim en fijngehakte peterselie. Serveer direct.